archiveren

Leren

Net zoals ik dat hier en hier eerder deed, zal ik opnieuw een verslag schrijven over de vakken die ik in het afgelopen blok gevolgd heb bij mijn studie Communicatie- en Informatiewetenschappen. Elk jaar bestaat uit vier blokken en inmiddels is er een einde gekomen aan het vierde blok, wat betekent: ik heb vakantie! Ook is dit dus de laatste ‘CIW, wat houdt dat in?’-post in het rijtje van mijn tweede studiejaar. Wat vond ik van de cursussen? Wat heb ik geleerd? Wat kan beter? Ik weet niet of dit artikel interessant is voor iedereen, maar voor mezelf is het in ieder geval een fijne reflectie.

Communicatie, Media en Interactie:
Hoort bij: het vak is onderdeel van het vier vakkenpakket dat ik volg uit het blokje Communicatiestudies. Dat klinkt een beetje vaag, aangezien het woord ‘communicatie’ ook al in de naam van mijn studie voorkomt. Communicatiestudies is één van de vier richtingen die je kunt kiezen bij het vrije major deel van mijn opleiding (de andere zijn: Film & Televisie, Digitale Media en Interculturele Communicatie). Kort samengevat gaat het over de psychologische kant van communicatie, voornamelijk met betrekking tot teksten (tekstuele communicatie). Ik krijg bijvoorbeeld allerlei schema’s voorgeschoteld die me proberen te vertellen hoe wij als mens teksten begrijpen of door teksten overgehaald worden om een product te kopen, zoals ik bij de cursussen Communicatie, Cognitie en Begrijpelijkheid; en Communicatie, Emotie en Overtuigingskracht geleerd heb. Bij Communicatie, Media en Interactie werden deze schema’s en theorieën in verband gebracht met media, aangezien veel bedrijven tegenwoordig bijvoorbeeld mail en chat gebruiken om te communiceren.
Inhoud: zoals eerder gezegd en zoals de naam van de cursus ook zegt, ging het over de relatie tussen communicatie en media. Allereerst werd uitgelegd dat dit van belang is, aangezien steeds meer bedrijven allerlei soorten media gebruiken, maar vaak niet goed weten wat de gevolgen daar nu eigenlijk van zijn. Zo gebruiken veel organisaties meerdere media (bv. soms face-to-face, soms meetings met meerdere mensen, soms mail, soms voicemail), wat verwarrend kan zijn voor de medewerkers. In dit tijdperk kan het eigenlijk niet anders, maar wat bedrijven wel kunnen doen is duidelijke regels opstellen over wanneer welk medium gebruikt wordt. Zo blijkt uit de Media Richness Theory van Daft en Lengel (1986) dat media kunnen zorgen voor een gevoel van dubbelzinnigheid (je krijgt bepaalde informatie bijvoorbeeld eerst face-to-face door en later krijg je deze informatie net iets anders doorgespeeld via de mail, waarna je niet meer weet wat nu juist is) en een gevoel van onduidelijkheid (door het gebruik van meerdere media worden soms informatiedelen vergeten, omdat men niet zo zeker meer is of het nu inmiddels wel of niet doorgespeeld is). We lazen veel onderzoeken over rijkheid (richness) van media. De rijkheid wordt bepaald door onder andere de mogelijkheid tot non-verbale communicatie en de snelheid van mogelijke feedback. Gebleken is dat media met een lage rijkheid (zoals brieven of documenten) het meest geschikt zijn voor herhalende, inmiddels bekende situaties. Laag rijke media zijn handig voor het doorspelen van grote stukken informatie, omdat het bijvoorbeeld gemakkelijk terug te zoeken is en alles duidelijk op een rijtje zet. Bij nieuwe situaties zijn er echter veel vragen van de medewerkers, waarbij hoge rijkheid gewenst is. Tijdens een face-to-face gesprek (het hoogst rijke medium) kan men bijvoorbeeld direct vragen stellen en antwoord krijgen, waardoor de situatie op een snelle manier duidelijk wordt. Een nadeel is echter dat het moeilijk is om deze besproken informatie later weer terug te halen, aangezien het gesprek niet vastgelegd is.
Deelname: net als bij de voorgaande cursussen in het rijtje Communicatiestudies, konden we ook bij CMI iedere week zelf opdrachten maken. Deze werden besproken in de les. Ik deed dit keer echt mijn best om alles bij te houden, maar vaak tevergeefs. Daarnaast moesten we iedere week zo’n drie artikelen lezen die bestonden uit ca. 25 bladzijdes. De artikelen waren goed te begrijpen, wat me meer motiveerde om me erin te verdiepen. Ook sloten veel artikelen in een duidelijk patroon op elkaar aan, waar de andere cursussen echt nog eens iets van mogen leren! Dat maakt het veel boeiender en meer één groot geheel, terwijl ik vaak het gevoel heb dat een vak uit allemaal kleine, losse onderdeeltjes bestaat.
Toetsing:
twee tentamens.
Persoonlijke beoordeling: een 7. Deze cursus interesseerde me qua stof iets minder dan de voorgaande vakken in het rijtje Communicatiestudies. Soms vond ik de informatie wat voor de hand liggend (misschien vandaar ook dat de stof zo gemakkelijk te begrijpen was). Wel leuk was dat alles zo toepasselijk is op de huidige maatschappij, die zo bezeten is door media (dat zou de stof ook nog eens goed begrijpbaar gemaakt kunnen hebben). De leraar die ik had vond ik jammer genoeg niet echt een leuke man: slim was hij zeker, maar les geven kon hij echt niet. Hij stond voor de klas als een verlegen kind dat zenuwachtig een presentatie aan het geven was. Daardoor raakte iedereen nogal gedemotiveerd en lette niemand meer op, waar hij nog meer onzeker van werd. Best sneu eigenlijk.
Afsluitingscijfer: 6,7.

Inleiding Nieuwe Media en Digitale Cultuur:
Hoort bij: de verplichte vakken van het eerste studiejaar. Helaas heb ik het vorig jaar niet gehaald en moest ik het overdoen. Angst voor niks (ik had echt zoveel stress om dit vak), want ik heb het gewoon gehaald! Yes! Het eerste jaar is een oriëntatiejaar, waarbij je van alles wat krijgt. Voorbereidende vakken voor het pakket Communicatiestudies, waar ik dus voor gekozen heb, maar ook allerlei mediavakken. Maar dan niet media in verband met communicatieprocessen, maar meer betreft de geschiedenis van media: van de eerste telefoon tot het internet. Niet zozeer mijn interessegebied, maar ik heb geen keuze: mocht ik dit vak niet halen, krijg ik mijn diploma niet.
Inhoud:
 INMDC gaat over de geschiedenis van de ontwikkeling van media en hoe bepaalde theoretici daar tegenover staan. Zo ziet Williams (sociaal constructivist) dat de samenleving de technologie beïnvloedt, maar is McLuhan (later benoemd tot technologisch determinist) van mening dat technologie de maatschappij vormt. Deze twee theoretici vormen de rode draad van de cursus. Hun theorieën zijn totaal tegenstrijdig en wij hadden de eer om ze allebei te kunnen verwoorden en verdedigen. Daarnaast waren er nog allerlei sub onderwerpen, als de zes kenmerken van nieuwe media (digitaal, interactief, netwerk, hypertext, virtueel en simulatie) en waren er allerlei begrippen als virtual reality (bijvoorbeeld dat het tijdens het gamen lijkt alsof je je in een realistische wereld bevindt, terwijl je eigenlijk gewoon naar een scherm kijkt en in je woonkamer op de bank zit), Alberti’s Window (het perspectieftekenen van eeuwen geleden, waaruit blijkt dat het inbeelden van een andere wereld al ontzettend lang bestaat en niet opgericht is sinds de uitvinding van nieuwe media) en remediation (nieuwe media zijn een uitbreiding van oude media, dus televisie is bijvoorbeeld radio met beelden erbij).
Deelname: we moesten enorm veel werkcolleges volgen bij deze cursus, waar ik op een gegeven moment best moe van werd. Ik had een beetje het gevoel dat het zo af en toe nergens op doelde, omdat we niet zoveel moesten voorbereiden voor de lessen. Er waren wel leesvragen die we elke week konden maken, maar dat waren er zoveel dat ik daar echt geen zin in had. We bespraken er maar een stuk of drie in bepaalde lessen; soms kwamen ze niet eens ter sprake. Daar kregen we dan nog zo’n tien minuten bedenktijd per vraag, dus je raadt al dat iedereen de antwoorden met gemak in de les kon bedenken. Gelukkig kregen we ook een aantal colleges les over hoe we het essay moesten schrijven, waar ik helaas alsnog een 5 voor gehaald heb (terwijl ik vorig jaar beter scoorde met een 6).
Toetsing: een tentamen en een essay.
Persoonlijke beoordeling: een 5. De vakken puur gericht op media zijn gewoon echt niet mijn ding. Gelukkig ben ik er nu dan ook vanaf: dit was mijn allerlaatste verplichte vak, nu mag ik volledig mijn eigen pad kiezen. Heerlijk! Daarnaast vond ik het zeer irritant dat de gehele stof van de cursus heel wollig verwoord werd, terwijl op het tentamen juist van ons verwacht werd dat we bepaalde woorden en termen precies konden noemen. Hoe kan dat, als zelfs de leraar op sommige directe vragen in de les niet eens een antwoord kon bedenken?
Afsluitingscijfer: 6,3.